Opleiding uit het interessegebied TechniekMaritiem Officier

Deze studie zit in het interessegebied:

Techniek  Techniek

Overzichten studies:

Overzicht alle voltijd studies  Overzicht alle voltijdstudies

Overzicht alle duale studies  Overzicht alle duale studies

Overzicht alle deeltijd studies  Overzicht alle deeltijdstudies

Studieprogramma

De opleiding tot maritiem officier bestaat uit nautische (navigatie en zeemanschap) en technische (scheepswerktuigkunde en elektrotechniek) aspecten. En natuurlijk ben je heel veel op het water.

De opleiding kent 360 verplichte vaardagen. Deze zijn nodig voor het aanvragen van je Vaarbevoegdheid aan het eind van je studie). De vaaruren kun je onder andere maken tijdens twee zeestages van elk vijf maanden.

Eerste jaar

In het eerste blok vindt een brede oriëntatie plaats om een goed beeld te krijgen van jouw toekomstige beroep. Samen met je medestudenten ga je uitzoeken hoe zeeschepen zijn ingericht, welke lading zij kunnen vervoeren, hoe de voortstuwing van deze schepen geschiedt en welke werkzaamheden de maritiem officier aan boord verricht. In het tweede (vooral nautische) blok doe je bij het vak navigatie kennis op over zeekaarten, plaatsbepaling op zee en hoe je met een groot schip moet manoeuvreren. De technische aspecten leer je vooral in blok drie, waarbij dieselmotoren, pompen maar ook de elektrische installatie aan boord van een schip aan bod komen. Het accent in het vierde (management) blok ligt op het terrein van de maritieme bedrijfsvoering en logistiek, maar je krijgt ook een vak als bijvoorbeeld EHBO. In elk blok moet een beroepsopdracht worden uitgevoerd, zoals een praktijkgerichte opdracht over het veilig laden en lossen van een zeeschip waarbij een stuwplan moet worden gemaakt en stabiliteitsberekeningen moeten worden uitgevoerd. Daarnaast leer je op het eigen opleidingsschip Gyrinus onder meer navigeren, hoe je met een schip moet manoeuvreren en hoe de techniek aan boord werkt.

Tweede jaar

In dit jaar word je grondig voorbereid op je eerste stage aan boord van een schip in de eerste helft van het derde studiejaar. Je zoekt zelf een rederij en solliciteert naar een stageplaats. Verder wordt in dit jaar je kennis uitgebreid op het terrein van meet- en regeltechniek, besturingstechniek, astro navigatie & tijdrekening, plaatsbepaling & instrumenten, scheepsinrichting en reisvoorbereiding. Ook hier kent elk blok een beroepsopdracht. Zo is er een praktijkgerichte opdracht met betrekking tot het weer in de vaart brengen van een opgelegd schip. Je kiest dit jaar ook een van de drie specialisaties: maritiem officier, stuurman of scheepswerktuigkundige.

Derde jaar

De eerste helft ga je aan boord kennis maken met zowel het nautische als het technische deel van het werk van een maritiem officier. Tijdens deze zeestage van ongeveer vijf maanden ga je onder begeleiding aan het werk en rapporteer je door middel van een ‘training record book’ aan je mentor aan boord en aan je begeleider van de opleiding.
De tweede helft van dit studiejaar ga je je kennis verder verdiepen op het gebied van je eerder gekozen specialisatie. De hierbij behorende vakken zijn: reisvoorbereiding, bridge resource management, meteo, plaatsbepaling& instrumenten en beladingstechnologie (= nautisch) en scheepswerktuigkunde, engine room resource management, onderhoudsmanagement en elektrotechniek (= technisch). Daarnaast algemene vakken als maritieme economie en logistiek.

Vierde jaar

Aan het woord

Pieter Boelen Vierdejaarsstudent

Pieter Boelen

Na mijn afstuderen wil ik naar zee, als vierde officier op de Holland America Lijn. Het is gebruikelijk dat je na twee stages daar ook een baan krijgt.

In het eerste half jaar kies je een minor. Een minor betekent verbreding of verdieping van je kennis. Je kiest een gebied waarover je meer wilt weten en daarin volg je een minor van een half jaar. Binnen op buiten de opleiding. Denk hierbij bijvoorbeeld aan actuele ontwikkelingen in de maritieme sector (nautisch, technisch of management). Voorbeelden hiervan zijn praktijkgericht of toegepast onderzoek naar verkeersbegeleidingssystemen, innovatie in de zeevaart, energie en duurzaamheid of logistiek management in combinatie met ondersteunende colleges.
Daarnaast doe je weer een zeestage van vijf maanden, meestal bij dezelfde rederij als de eerste stage. Tijdens deze stage werk je ook aan je afstudeeropdracht.

Tijdens de hoofdfase (d.w.z. vanaf het tweede jaar) moet je verplicht een aantal cursussen doen zoals Basic Training, Maritieme Radiocommunicatie, Radar Waarnemer, Proficiency en Advanced Fire Fighting en een cursus op het gebied van Milieu.